PARTS OF SPEECH: VERBS (3)

This is a revision exercise about verbs in Dutch. Type in the blank the correct missing verb. The verb and the tense you should use, are given in brackets. Make sure to put the verb in the correct form! Pay attention to correct spelling. Use the 'check' button to correct your answer. By clicking on 'hint' the next correct letter of the answer will be added. Click on '?' for the correct answer. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.

Example:
Hij _________ nooit iets. (weten; active voice, present tense)
[Answer] weet
1. Toen Sven dat hij trouwen, zijn moeder te huilen. (aankondigen; active voice, past tense); (gaan; active voice, past tense); (beginnen; active voice, past tense)
2. Het lang voordat hij dat ik hem niet leuk . (duren; active voice, perfect tense); (begrijpen; active voice, past tense); (vinden; active voice, past tense)
3. Ik wie er naar dat feestje . (zich afvragen; active voice, present tense); (komen; active voice, future)
4. Peter Sara en Mieke nooit voor alles wat ze voor zijn broer . (bedanken; active voice, perfect tense); (doen; active voice, perfect tense)
5. jij of alle wafels ? (weten; active voice, present tense); (verkopen; passive voice, perfect tense)
6. Nadat hij de keuken , hij een kopje thee. (opruimen; active voice, pluperfect); (zetten, active voice, past tense)
7. jullie ook dat Rik en Andy erg ? (merken; active voice, perfect tense); (vermageren; active voice, perfect tense)
8. Omdat we niet hard genoeg , we het jaar overdoen. (studeren; active voice, pluperfect); (moeten; active voice, past tense)
9. Ik graag weten wanneer hij vanavond . (willen; active voice, present tense); (thuiskomen; active voice, present tense)
10. Er dat de man gisteren . (vertellen; passive voice, present tense); (arresteren; passive voice, perfect tense)